Overslaan en naar de inhoud gaan

Embuild steunt ombudsdienst voor de bouw, maar vraagt duidelijke waarborgen

Close-up handen schudden.

Embuild steunt het principe van een ombudsdienst voor de bouw, maar benadrukt wel dat die alleen kan slagen als het evenwicht tussen de rechten van consument versus aannemer verzekerd is en dat ook bouwactoren, zoals architecten, promotoren of projectontwikkelaars, hierbij betrokken worden. “Het is goed dat niet alle ondernemingen, maar enkel bedrijven die bij een geschil met een consument betrokken zijn, achteraf een bijdrage moeten betalen”, zegt Niko Demeester, CEO van Embuild. Verder vraagt de bouwfederatie dat een bijdrage pas verschuldigd is wanneer een klacht gegrond blijkt en niet zodra die ontvankelijk is. 

De overgrote meerderheid van de bouw- en installatiebedrijven werkt zoals het hoort. Nemen we bijvoorbeeld heel 2025: toen werden er 42.278 woningen en 25.269 renovaties vergund, en dan moeten we er nog aan toevoegen dat heel wat renovaties niet vergund moeten worden. In totaal gaat het dus om meer dan 67.000 bouwprojecten, terwijl het aantal probleemgevallen zeer beperkt is. En gelukkig maar. Nu, die enkele cowboys die het niet al te nauw nemen met de regels, verzieken wel de boel voor de hele sector en moeten eruit. Daarom is Embuild, samen met andere spelers uit de bouwsector, een engagement aangegaan met de federale regering tot de creatie van een specifieke ombudsdienst voor de bouw. Ontstaat er toch een technisch of juridisch geschil, dan is het belangrijk dat consumenten en ondernemingen terechtkunnen bij één dienst met de nodige expertise.

Niko Demeester, gedelegeerd bestuurder van Embuild: “We hebben ervoor gezorgd dat niet alle bouwondernemingen moeten bijdragen aan de financiering van deze ombudsdienst. Alleen ondernemingen die bij een geschil met een consument betrokken zijn, betalen achteraf een bijdrage.” Het kan dan gaan om een aannemer, architect, projectontwikkelaar, promotor of een andere schakel in de bouwketen. Zijn meerdere partijen betrokken, dan wordt de bijdrage verdeeld. Overheidsopdrachten vallen buiten de regeling. Tijdens het eerste overgangsjaar financiert de overheid het systeem bovendien grotendeels zelf.

Toch blijven er volgens de bouwfederatie een aantal knelpunten. Zo moet er een financiële ondergrens komen, zodat de procedure niet wordt ingezet om voor kleine bedragen druk uit te oefenen op een aannemer. Ook moeten de rechten en plichten van consument en onderneming in evenwicht zijn. Vandaag is alleen de onderneming verplicht de procedure tot het einde te doorlopen en dat op straffe van sancties. Verder moet een bijdrage pas verschuldigd zijn wanneer een klacht gegrond blijkt en niet zodra ze ontvankelijk is. Tot slot vraagt Embuild een heldere definitie van de ‘betrokken onderneming’, een eerlijke kostenverdeling wanneer meerdere partijen betrokken zijn en een bescheiden bijdrage van de consument, zoals de Europese regelgeving toelaat. De bouwfederatie merkt ook op dat de Verzoeningscommissie Bouw, die sinds 2001 bestaat en een oplossing zoekt voor technische geschillen tussen bouwheer en aannemer of architect, goed werkt heeft geleverd. Deze instantie moet meegenomen worden in de ombudsdienst voor de bouw, zodat er geen parallel circuit ontstaat voor klachtenbehandeling.

Embuild nam trouwens zelf al initiatieven om consumenten te ondersteunen en te beschermen. Via de door Embuild opgezette consumentenwebsite Build Your Home vinden zij praktische informatie en kunnen zij zoeken naar een bonafide aannemer. Daarnaast bestaan er wettelijke beschermingsmechanismen, waaronder de Woningbouwwet en de tienjarige aansprakelijkheid voor gebreken die de stabiliteit bedreigen. Via Justban kunnen consumenten ook gepubliceerde beroepsverboden raadplegen.